10 juni 2020

Bijkomende aangifte- en neerleggingplicht bij ontbinding en vereffening

Vanaf 1 januari 2020 zijn de dwingende bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (hierna WVV) op alle vennootschappen van toepassing geworden. Dit is ook het geval voor artikel 2:70, tweede lid van het WVV, dat vermeldt: “dat de ontbinding de afsluiting van het boekjaar tot gevolg heeft”. Dit is een nieuw artikel dat werd ingevoegd om een duidelijk onderscheid te kunnen maken tussen de aansprakelijkheid van het bestuursorgaan (vóór ontbinding) en de aansprakelijkheid van de vereffenaar (na ontbinding).

Deze paragraaf heeft echter verregaande fiscale en boekhoudkundige gevolgen, aangezien vennootschappen die ontbonden worden op een andere datum dan hun statutaire afsluitingsdatum voortaan een bijkomende aangifte zullen moeten indienen voor het belastbaar tijdperk dat loopt vanaf de eerste dag na het vorige belastbaar tijdperk tot de datum van ontbinding. Dit zal eveneens tot gevolg hebben dat er een bijkomende jaarrekening zal moeten worden opgemaakt en, afhankelijk van de rechtsvorm, neergelegd bij de Nationale Bank van België.

Bij een ontbinding die samenvalt met de statutaire afsluitingsdatum en bij een ontbinding en vereffening in één akte zal er geen bijkomende aangifteplicht ontstaan op het moment van ontbinding, vermits hierbij slechts één bijzonder belastbaar tijdperk bestaat. Wel dient er in dat geval nog een jaarrekening opgesteld en neergelegd te worden (afhankelijk van de rechtsvorm).

De fiscus heeft bovenstaand principe bevestigd in haar circulaire van 29 mei 2020, waarbij bepaald wordt dat deze bijkomende aangifteplicht van toepassing is op de volgende vennootschappen:

  1. Vennootschappen opgericht vanaf 1 mei 2019:
  2. Op 1 mei 2019 bestaande vennootschappen die hun statuten vóór 1 januari 2020 in overeenstemming hebben gebracht met de bepalingen van het WVV;
  3. Op 1 mei 2019 bestaande vennootschappen die worden ontbonden na 1 januari 2020, ongeacht of zij hun statuten reeds in overeenstemming hebben gebracht met de bepalingen van het WVV.

Voorbeeld

Een NV die afsluit per 31 december, wordt ontbonden op 23 maart 2020 en vereffend op 10 augustus 2020. Deze vennootschap zal dus de volgende aangiftes vennootschapsbelasting moeten indienen:

  • Gewone aangifte (AJ 2020) voor het boekjaar afgesloten op 31/12/2019;
  • Aangifte speciaal (AJ 2020) voor de periode vanaf 1/1/2020 t.e.m. 23/03/2020;
  • Aangifte speciaal (AJ 2020) voor de periode vanaf 24/03/2020 t.e.m. 10/08/2020.

In dergelijk geval zullen er dus 3 aangiftes voor aanslagjaar 2020 moeten worden ingediend! Er zullen eveneens twee jaarrekening opgesteld en neergelegd moeten worden (afhankelijk van de rechtsvorm), zijnde een jaarrekening over het boekjaar afgesloten op 31/12/2019 en een jaarrekening over de periode 01/01/2020 t.e.m. 23/03/2020. Net zoals vroeger het geval was, dient er in bovenstaand voorbeeld geen jaarrekening neergelegd te worden bij sluiting van de vereffening.

 

Impact hervorming van de vennootschapsbelasting?

Vanaf aanslagjaar 2021, voor boekjaren die ten vroegste vanaf 01/01/2020 aanvangen, is onder meer voorzien in een daling van het tarief inzake vennootschapsbelasting. De betreffende antimisbruikbepaling voorziet dat elke wijziging die vanaf 26 juli 2017 aan de afsluitdatum van het boekjaar wordt aangebracht, niet tegenstelbaar is aan de fiscus.

In een parlementaire vraag heeft de minister bevestigd dat zowel vrijwillige als onvrijwillige wijzingen geviseerd worden door deze antimisbruikbepaling. De vraag is dan ook of vennootschappen die in 2020, doch vóór 31/12/2020 worden ontbonden en/of vereffend, kunnen genieten van de voordelige tarieven onder de argumentatie dat er een wijziging van de afsluitdatum van het boekjaar is gebeurd.

Zoals reeds bevestigd in eerdere berichtgeving, veronderstelt een wijziging van de afsluitdatum van het boekjaar een statutenwijziging, wat in het kader van een ontbinding en vereffening niet het geval is.

In bovenstaand voorbeeld heeft de ontbinding en vereffening in 2020 tot gevolg dat beide belastbare tijdperken verbonden zijn aan aanslagjaar 2020, zodat de berekeningsregels en tarieven van aanslagjaar 2020 (en niet aanslagjaar 2021) van toepassing zijn. Dit belet de belastingplichtige evenwel niet om bezwaar tegen de ontvangen aanslag in te dienen om ontheffing te verkrijgen indien de berekeningsregels  van aanslagjaar 2021 voordeliger zijn. In het verleden (eerste fase hervorming vennootschapsbelasting) heeft de administratie in een gelijkaardig bezwaar reeds een positieve beslissing genomen.

bijkomende verplichtingen vereffening_square

Tax

Heb je nog verdere vragen hierover? Neem dan zeker contact op met onze adviseurs! Let's talk!

Gerelateerde artikelen

De arbeidsdeal – wat is de impact op jouw onderneming? (deel III)
Optimaal beheer HR Legal
28 september 2022

De arbeidsdeal – wat is de impact op jouw onderneming? (deel III)

Wat is de impact van de arbeidsdeal op het arbeidsrecht en op jouw HR-beleid? In het derde deel uit hun 4-delige blogreeks over dit topic bespreken ...

Lees meer
Btw-wijzigingen 2022 - Zie je het bos nog door de bomen?
Optimaal beheer
16 september 2022

Btw-wijzigingen 2022 - Zie je het bos nog door de bomen?

2022 is al een turbulent jaar geweest, ook op het vlak van btw. Nieuwe maatregelen werden doorgevoerd, andere werden dan weer verlengd en sommige ...

Lees meer
De arbeidsdeal – wat is de impact op jouw onderneming? (deel II)
Optimaal beheer HR Legal
15 september 2022

De arbeidsdeal – wat is de impact op jouw onderneming? (deel II)

De arbeidsdeal is een op til zijnde wetswijziging die het federaal parlement enkel nog definitief moet goedkeuren. Wat is de impact ervan op het ...

Lees meer