16 oktober 2020

De bezoldigingstheorie: doorn in het oog van de fiscus

Het is al jaar en dag een heet hangijzer in de fiscaliteit: de fiscus viseert steevast vennootschappen die kosteloos een onroerend goed, die gebruikt wordt voor privédoeleinden, ter beschikking stellen aan hun bedrijfsleider. Vaak wordt hierbij de kostenaftrek op niveau van de vennootschap geweigerd. De stelling die de fiscus hierbij inneemt, is dat de vennootschap deze kosten niet maakt om belastbare inkomsten te verwerven.

De bezoldigingstheorie

Belastingplichtigen trachtten dit vaak te ontkrachten door te stellen dat de ter beschikkingstelling van een onroerend goed een alternatieve manier vormt om de bedrijfsleider te verlonen. Een bedrijfsbezoldiging is in principe een aftrekbare kost (het is immers dankzij de bedrijfsleider dat de vennootschap inkomsten genereert). Bijgevolg kan je dan ook stellen dat de kosten verbonden aan het ter beschikking gestelde onroerend goed wel degelijk aftrekbaar zijn. Dit is de zogenaamde bezoldigingstheorie.

De fiscus aanvaardt deze bezoldigingstheorie niet altijd. Volgens haar moet de belastingplichtige kunnen aantonen dat er tegenover de extra bedrijfsleidersbezoldiging (in de vorm van het ter beschikking stelling van onroerend goed) ook werkelijk geleverde prestaties staan. Net daar knelt vaak het schoentje. Zonder bewijs van werkelijke prestaties is een bedrijfsleidersbezoldiging immers niet aftrekbaar.

Aandachtspunten bij het bewijzen van werkelijke prestaties

Over deze discussie is al heel wat inkt gevloeid. Het is dan ook geen verrassing dat dit een veelvoorkomend topic is in de rechtspraak. Recent verschenen enkele uitspraken in het voordeel van de belastingplichtigen. Uit deze recente (en ook eerdere uitspraken) kunnen enkele aandachtspunten gedistilleerd worden die de kans op slagen bij een dispuut met de fiscus aanzienlijk verhoogt:

Zo wordt de bezoldiging in natura best opgenomen op de loonfiche van de bedrijfsleider zodat dit voordeel ook daadwerkelijk belast wordt. Soms wordt het voordeel op rekening-courant geboekt (de bedrijfsleider betaalt in dat geval een bedrag aan de vennootschap dat gelijk is aan het voordeel). In de mate dat de bedrijfsleider dan in feite een niet-marktconforme huur betaalt aan de vennootschap (het voordeel alle aard ligt veelal immers lager dan een conforme huur), geeft men de fiscus een stok om mee te slaan.

  • In de notulen van de algemene vergadering wordt best opgenomen dat de aankoop van het onroerend goed gebeurt met de bedoeling de bedrijfsleider te bezoldigen. Op die manier wordt het oogmerk van de aankoop meteen kenbaar gemaakt. Ook in de daaropvolgende jaren wordt de ter beschikking stelling best vermeld in de notulen.
  • De ter beschikking stelling van een onroerend goed kan eventueel gepaard gaan met een daling van het geldelijk loon. Dit om het risico op discussies omtrent de werkelijkheid van extra geleverde prestaties te verkleinen. Daarnaast kan er ook gewezen worden op redenen die een loonverhoging onderbouwen (zoals een stijging van de omzet onder impuls van de inspanningen van de bedrijfsleider).
  • Aankopen in volle eigendom worden over het algemeen minder geviseerd dan aankopen van vruchtgebruik. In het eerste geval heeft de vennootschap immers steeds uitzicht op de uiteindelijke meerwaarde, hetgeen niet het geval is in een vruchtgebruik verhaal.

Conclusie

De bezoldigingstheorie is dus nog steeds een geoorloofde manier om de aftrekbaarheid van privé onroerend goed in de vennootschap te verdedigen. Al blijft het een doorn in het oog van de fiscus. Een gedegen dossieropbouw kan de kans op slagen bij discussies aanzienlijk vergroten, maar niet garanderen.

De bezoldigingstheorie is trouwens niet de enige mogelijkheid om de aftrekbaarheid te onderbouwen. Zo kan de bedrijfsleider er voor opteren om een marktconforme huur te betalen aan de vennootschap. Hiermee wordt de voornaamste angel uit de discussie gehaald (desgevallend genereert de vennootschap immers belastbare inkomsten). Bovendien is het betalen van huur aan de eigen vennootschap soms goedkoper dan belast worden op een voordeel alle aard. Dit dient evenwel geval per geval beoordeeld te worden.

Laat je dus zeker en vast adviseren indien je de aankoop van een privématig onroerend goed overweegt met behulp van middelen uit de vennootschapssfeer.

Een tijdige (in tempore non suspecto) notulering van het oogmerk van investeringen (of bestemmingswijzigingen) i.v.m. activa van aanzienlijke waarde door het bestuursorgaan blijft de veiligste manier om achteraf betwistingen te vermijden. Het is immers steeds beter voorkomen dan genezen!

tax

Tax

Heb je nog verdere vragen hierover? Neem dan zeker contact op met onze adviseurs! Let's talk!

Gerelateerde artikelen

Beperk het voordeel alle aard bij huur van een woning!
Straffe start Slimme groei Optimaal beheer
15 januari 2016

Beperk het voordeel alle aard bij huur van een woning!

Indien de bedrijfsleider een woning ter beschikking gesteld krijgt van zijn vennootschap, zal een voordeel alle aard aangerekend worden. Dit voordeel ...

Lees meer
Bezoldigingstheorie: evolutie... of revolutie?
Optimaal beheer
18 mei 2017

Bezoldigingstheorie: evolutie... of revolutie?

Dit betekende concreet dat,  bijvoorbeeld autokosten en kosten verbonden aan een onroerend goed, fiscaaltechnisch als aftrekbare beroepskosten ...

Lees meer