26 januari 2015

De 'liquidatiereserve': dekt deze vlag de lading wel?

Nieuw regime ingevoerd door de programmawet van 19 december 2014

Met ingang van het aanslagjaar 2015 kunnen KMO-vennootschappen hun boekhoudkundige winst na belastingen volledig of gedeeltelijk toewijzen aan een zogenaamde 'liquidatiereserve'. Op de dotatie aan de 'liquidatiereserve' dient de vennootschap een niet-aftrekbare belasting te betalen van 10%.  

Mits betaling van deze 10% koopt de vennootschap zich een bepaalde 'faciliteit' indien later uitkeringen aan de aandeelhouders worden verricht en deze uit de 'liquidatiereserve' worden geput: 

  • Indien deze uitkeringen onder de vorm van een dividend gebeuren binnen de vijf jaar na de dotatie ervan aan de 'liquidatiereserve', dan zal hierop een roerende voorheffing verschuldigd zijn van 15%. In totaal wordt er dus 25% betaald en levert dit op zich geen voordeel op. 
  • Indien deze uitkeringen gebeuren vijf jaar na de dotatie aan de 'liquidatiereserve', dan bedraagt de roerende voorheffing 5%. In totaal loopt de belasting hier dus op tot 15%, wat een besparing betekent van 10%. 
  • Indien deze uitkeringen gebeuren ter gelegenheid van de liquidatie van de vennootschap onder de vorm van een liquidatiebonus, dan is er geen roerende voorheffing meer verschuldigd. De totale belasting blijft dus beperkt tot 10%, wat een besparing oplevert van 15%. 

Verdere bijzonderheden

  • de 'liquidatiereserve' moet op een afzonderlijke rekening van het passief worden geboekt;

  • de 'liquidatiereserve' kan aangelegd worden, zelfs indien er overgedragen verliezen zijn; 

  • de aanleg van de 'liquidatiereserve' gebeurt ter gelegenheid van de winstbestemming door de algemene vergadering van aandeelhouders;

  • de opnamen uit de 'liquidatiereserve' gebeuren volgens de FIFO-methode;

  • enkel KMO's komen in aanmerking (artikel 15 W. Venn.);

  • de maatregel is enkel voordelig voor vennootschappen met natuurlijke personen als aandeelhouder. De belasting van 10% bij de aanleg van de 'liquidatiereserve' is immers geen voorheffing en derhalve niet verrekenbaar of terugbetaalbaar voor vennootschappen en aandeelhouders. 

Besluit

Veeleer dan een nieuw regime , blijkt de 'liquidatiereserve' voor KMO's een permanent regime van verlaagde belasting op dividenden van 15% te zijn. Deze nieuwe maatregel staat ongetwijfeld deels in concurrentie met de reeds door de vorige regering ingevoerde roerende voorheffing van 15 % op dividenden toegekend aan nieuw gestorte kapitalen  in KMO's met ingang van 1 juli 2013. 

Tot slot zullen voor KMO's de liquidatieboni opnieuw aan slechts 10% worden belast. Dit vergt evenwel een goede fiscale planning, aangezien enkel winsten die eerder aan de 'liquidatiereserve' werden toegewezen, het voordelige regime van 10% genieten. Opletten dus met belangrijke winsten die in het jaar van de sluiting van de liquidatie worden gerealiseerd!

Het advies van uw VGD-adviseur zal hierbij zeker van pas komen.

Gerelateerde artikelen

De liquidatiereserve: CBN en de Minister lichten verder toe
23 maart 2015

De liquidatiereserve: CBN en de Minister lichten verder toe

De liquidatiereserve wordt, in navolging van het CBN-advies van 4 maart, gevormd door een gedeelte of het geheel van de boekhoudkundige winst na ...

Lees meer
Uitwerking aanleg bijzondere liquidatiereserve aanslagjaar 2012
Optimaal beheer
16 januari 2018

Uitwerking aanleg bijzondere liquidatiereserve aanslagjaar 2012

In de wet houdende diverse fiscale bepalingen IV dd. 25 december 2017 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 29 december ll. wordt een ...

Lees meer